National Park Weerribben-Wieden

The National Park Weerribben-Wieden.
In this unique swampland in the province of Overijssel, the Dutch have worked both with and against the waters for centuries to create this unique landscape and water villages. The unique reed beds present a different picture in every season, and animal lovers will find much to please them in these wetlands as well. Rare animals like otters and black terns live here, as well as great cormorants and egrets.
Weerribben-Wieden is a cultural landscape that was created in the 14th century through peat cutting. This peat was highly valuable as a fuel when dried, and was cut from the areas known as weren. The peat was then laid out to dry on long strips of lands, known as ribben, thus creating these unique wetlands.
The best way to explore National Park Weerribben-Wieden is on the water’s surface. Electric boats, rowboats and canoes can be rented in Giethoorn and other places in Weerribben-Wieden to sail through this gorgeous area in peace and quiet. You will see many kinds of waterfowl and insects, and with a bit of luck you may even spot an otter among the vegetation in the water and on the banks.
 
In het Nationaal Park Weerribben-Wieden zijn vele wandel-, fiets- en vaarroutes. Deze routes staan allemaal op de overzichtskaart van Nationaal Park Weerribben-Wieden. De kaart is te verkrijgen bij de gastheren en de bezoekerscentra van Nationaal Park Weerribben-Wieden. Daarnaast zijn er detailkaarten van verschillende routes die zijn te downloaden van deze website. Meer informatie daarover staat hieronder beschreven.
 
Nationaal Park Weerribben-Wieden Je ziet er alle schakeringen in de ontwikkeling van open water tot moerasbos. Oprukkende oeverbegroeiing en dichtgroeiend water, drijftillen, rietlanden en voedselarm grasland. Typische moerasbewoners zoals vogels, vissen, zoogdieren, reptielen en insecten, vinden een plek in de gevarieerde begroeiing en de bijzondere plantenwereld.
 
Deze ganzen zijn te herkennen aan hun grijze lichaam, zwarte kop met witte keel en wangen en lange, zwarte hals. Ze zijn eventueel te verwarren met de brandgans en de rotgans, maar die zijn een stuk kleiner.  De Canadese gans is de grootste gans die in Europa voorkomt. Oorspronkelijk kwamen deze ganzen alleen in Noord-Amerika voor, maar ze zijn in Engeland, Ierland en Zweden en in Nieuw-Zeeland ingevoerd en verwilderd. Ze zijn nu ook in Nederland te zien: als wintergast maar in toenemende mate ook als broedvogel.  Buiten de broedtijd leven ze in troepen. Ze grazen dan gewoonlijk overdag op weilanden, maar soms zoeken ze ook voedsel in ondiep water, waarbij ze met hun hoofd en nek onder water steken.